!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-transitional.dtd"> Index Augustus 20, 2015

Legende Ros Wildeman Melodie Reuzen Heemskinderen Dendermonde

PIJNDER
Geschiedenis van Dendermonde

HOME | BESTUUR | GALLERIJ | AGENDA

 

Geschiedenis van Dendermonde

 

De naam 'Dendermonde'
De stad Dendermonde dankt haar naam aan haar ligging, aan de samenvloeiing van Dender en beneden-Schelde. Oude namen voor de stad waren Tenerae Monda en Tenremunde. De Dender ontleent haar naam waarschijnlijk aan de heerlijkheid Tenre, nabij Leuze, waar de Dender ontspringt.

Het ontstaan
De oorsprong van Dendermonde bevond zich buiten de huidige stadskern, op de plaats die de Romeinse nederzettingen in het Waasland verbond met de grote Romeinse heirbaan die langs Asse doorliep. Meer bepaald op de alluviale gronden van de Zwijvekekouter, in de huidige deelgemeente Sint-Gillis, waar achtereenvolgens een Gallo-Romeinse en een Frankische nederzetting ontstond. In de 7de eeuw werd daar een kerk gebouwd.

De vroege geschiedenis
In het midden van de 10de eeuw werd dan een nieuwe, definitieve vestigingsplaats gekozen aan de monding van de Dender. Waar zich thans het Justitiepaleis bevindt, verrees een burcht. Daarnaast werden er eveneens wallen ter verdediging van de stad aangelegd. Precies met het oog op de verdediging van rivier en stad werd op het einde van de 10de of in het begin van de 11de eeuw het Land van Dendermonde opgericht, en aan de eigen Heren toevertrouwd. De eerste Heer van Dendermonde die we met zekerheid kunnen aanwijzen, is Reingoot I de Kale, uit het stamhuis der Kasteleinen van Gent (tweede helft 11de eeuw).
De strategische ligging op het knooppunt van belangrijke wegen naar Mechelen, Brussel, Aalst en Gent en aan het Scheldeveer naar het Land van Waas, maakte van Dendermonde al snel een belangrijke stad. De stad werd bovendien steeds verder uitgebreid, m.n. op de rechter Denderoever, eerst tot aan de Torregracht (die nu geheel overwelfd is), en later tot aan een nieuw uitgegraven gracht die men het Vestje noemde. Rond 1200 had de laatste belangrijke uitbreiding plaats: een deel van Zwijveke (nu de binnenparochie van Sint-Gillis) werd bij de stad ingelijfd.
In 1233 ontving de stad haar vrijheidskeure uit handen van Robrecht van Béthune, Heer van Dendermonde.

Troebelen: Gentenaars, Spanjaarden, Oostenrijkers en Fransen
Rond die tijd werd eveneens een nieuwe stadsmuur gebouwd, die gedurende lange eeuwen zou blijven bestaan. Dat die bescherming geen overbodige luxe vormde, blijkt uit de verdere geschiedenis. In de loop van de 14de eeuw werd de stad viermaal belegerd door legerbenden uit Gent, uit rivaliteit omwille van de bloeiende Dendermondse lakennijverheid: eenmaal in 1344 o.l.v. Willem van Vaernewijk, en maar liefst driemaal in de periode 1379-1380.
In 1452 vielen de Gentenaars opnieuw Dendermonde aan, maar zij werden ten slotte door Filips de Goede bedwongen in de bloedige slag van Gavere.
Er kwam een periode van vrede en rust, en kunst en letteren kenden een bloeitijd.
Echter, onder het regentschap van Maximiliaan van Oostenrijk ontstaat opnieuw strijd tussen vorst en Vlamingen, en zo gebeurt het dat op 26 november 1484 de stad Dendermonde door Maximiliaan bij list werd ingenomen: als geestelijken vermomde soldaten slaagden er in de muren binnen te dringen en de verdediging uit te schakelen.
Tijdens de Spaanse overheersing kende Dendermonde meer dan één bewogen moment. Op 4 oktober 1566 zou in het huis van de Heer van Paddeschoot een belangrijke vergadering hebben plaats gehad van edelen die een verzachting van inquisitie en plakkaten wensten. De prins van Oranje en de graven van Egmont en Hoorn zouden op deze bijeenkomst aanwezig geweest zijn. Kort daarop raasde de Beeldenstorm over het land, en ook Dendermonde werd geplunderd en verwoest. Toen de hertog van Alva de orde in onze gewesten herstelde, viel de stad aan de plundering van zijn soldaten ten prooi. De Spaanse soldeniers werden verdreven door de geuzen, tot Alexander Farnese definitief het Spaanse gezag herstelde. Deze laatste liet er in 1585 ook een fort bouwen.
Bij het beleg van de stad door Lodewijk XIV in 1667 openden de belegerden de sluizen van Schelde en Dender, zodat de stad door water omringd en onneembaar werd. Bij zijn aftocht zou, volgens de legende, de Zonnekoning verzucht hebben: 'Had ik maar een leger ganzen gehad.'
De Spaanse successie-oorlogen brachten nieuwe troebelen. Toen de zuidelijke Nederlanden bij de Vrede van Utrecht in 1713 aan de Oostenrijkers werden toegewezen, was Dendermonde één van de acht steden die met de nadelige gevolgen van het `Barrière-traktaat' te maken kregen. In de stad zou afwisselend een Oostenrijks en een Hollands garnizoen gelegerd worden.
Het duurde niet lang of Frankrijk betwistte de Oostenrijkse keizerin Maria haar erfgebied. In 1745 werd Dendermonde door Lodewijk XV belegerd en ingenomen, waarna de stad drie jaar in Franse handen bleef
Een halve eeuw later overschreden de Franse troepen opnieuw onze grenzen. Tijdens de Boerenkrijg van 1798 werd de Denderstad door opstandelingen veroverd. Enkele dagen later moesten zij echter alweer het veld ruimen.

1830-1914: een periode van rust en bloei
In 1830, ten tijde van de onafhankelijkheid van België vonden er slechts kleine incidenten in de stad plaats. Niet lang daarna immers verliet het Hollandse garnizoen de stad en alles kwam spoedig weer tot rust, en een lange periode van vrede bracht welstand en vooruitgang voor stad en streek.
Zo werd in 1837 de spoorlijn Dendermonde-Mechelen ingehuldigd. De eerste trein werd getrokken door een stoomlocomotief die `Le Bayard' of Ros Beiaard heette.
Omstreeks 1850 werden de vestingen, die reeds onder het Hollands bewind versterkt waren, nog uitgebreid door generaal Brialmont. Van die indrukwekkende fortengordel is echter bijna niets overgebleven.

De wereldoorlogen
De rustige opbloei van de stad werd echter bij de aanvang van de eerste wereldoorlog (1914-1918) op brutale wijze verstoord. De stad lag immers in de frontlijn, en na een langdurige beschieting door de Duitsers werd overal brand gesticht.

Na de oorlog bleven het harde jaren voor de teruggekeerde bewoners van de verwoeste stad. Geprangd in de gordel der vestingen die alle uitbreiding onmogelijk maakte en het vestigen van nieuwe nijverheidsinrichtingen verhinderde, kon de verpauperde stad zelfs niet denken aan nieuwe stadswijken of economische heropstanding.
Toen in 1936 de stad de vestinggordel van de Staat afkocht, kon men zich eindelijk een enorme expansie voorspiegelen, ondanks de algemene economische malaise. De tweede wereldoorlog (1940-1945) verijdelde echter dit droombeeld, maar gelukkig bleef de stad deze keer gespaard.

De uitbreidingen: deelgemeenten
In 1972 werden de gemeentes Sint-Gillis en Appels met de stad Dendermonde gefusioneerd, waarbij de totale oppervlakte steeg tot 2 293 Ha en de bevolking aangroeide tot 22 250 (KB van 8 december 1970).
In 1977 ten slotte kwamen de gemeentes Grembergen, Baasrode, Schoonaarde, Oudegem en Mespelare eveneens bij Dendermonde, waardoor de stadsoppervlakte steeg tot 5 510 Ha en de bevolking 41 355 eenheden telde (KB van 17 september 1975, bekrachtigd door de wet van 30 december 1975).